Wetsvoorstel beperkt regeling voor werkgevers

Eind 2025 is een wetsvoorstel ingediend dat de compensatie van de transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid beperkt tot kleine werkgevers. Hiermee komt er mogelijk een einde aan een regeling waar werkgevers de afgelopen jaren veel gebruik van hebben gemaakt.

Voor middelgrote en grote werkgevers betekent dit dat zij de transitievergoeding straks zelf moeten betalen, zonder compensatie. Dit kan leiden tot aanzienlijk hogere kosten bij ontslag na twee jaar ziekte.

Reden voor de aanpassing

De voorgestelde wijziging vloeit voort uit het regeerakkoord. Het kabinet wil met deze maatregel structureel circa € 380 miljoen besparen. Volgens de plannen zal het aantal toegekende compensaties met ongeveer 80% afnemen. Het kabinet gaat ervan uit dat middelgrote en grote werkgevers financieel in staat zijn om de transitievergoeding zelf te voldoen.

Huidige situatie

Met de invoering van de Wet werk en zekerheid (WWZ) op 1 juli 2015 heeft een werknemer recht op een transitievergoeding als de werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigt, mits het dienstverband minimaal 24 maanden heeft geduurd.

Per 1 april 2020 is daar een compensatieregeling bij gekomen. Werkgevers kunnen de betaalde transitievergoeding bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid laten vergoeden door het UWV. Deze regeling is vastgelegd in artikel 7:673e BW.

Als de arbeidsovereenkomst na 104 weken ziekte wordt beëindigd, kan de transitievergoeding worden teruggevraagd. Hierdoor blijven de kosten voor werkgevers beperkt.Deze regeling is ingevoerd om een einde te maken aan slapende dienstverbanden, waarbij werknemers na twee jaar ziekte in dienst bleven om betaling van de transitievergoeding te voorkomen.

Daarnaast heeft de Hoge Raad bepaald dat een werkgever in principe moet meewerken aan het beëindigen van een slapend dienstverband, onder betaling van de transitievergoeding (de zogenoemde Xella-norm).

Wat verandert er door het voorstel?

Het wetsvoorstel bepaalt dat alleen kleine werkgevers nog recht hebben op compensatie.

Een kleine werkgever is een werkgever met een loonsom tot maximaal 25 keer het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer per kalenderjaar. Voor middelgrote en grote werkgevers vervalt het recht op compensatie. De beoogde ingangsdatum is 1 juli 2026.

Let op:
De huidige regeling geldt nog. Pas na invoering van de wet veranderen de regels.

Gevolgen voor de praktijk

De wijziging kan leiden tot hogere kosten voor werkgevers bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid.

Dit kan invloed hebben op de manier waarop werkgevers omgaan met het beëindigen van dienstverbanden. Mogelijke gevolgen zijn:

  • Werknemers blijven langer in dienst na twee jaar ziekte
  • Vaste contracten worden relatief duurder, waardoor werkgevers mogelijk terughoudender worden om deze aan te bieden, vooral aan werknemers met een hoger risico op uitval.
  • Een toename van juridische procedures
  • Werknemers lopen het risico dat zij geen transitievergoeding ontvangen als het dienstverband niet wordt beëindigd

Daarnaast is het de vraag of werkgevers in de toekomst nog verplicht zijn om een slapend dienstverband te beëindigen. Doordat de compensatieregeling vervalt voor een deel van de werkgevers, kan hierover nieuwe juridische discussie ontstaan.

De komende periode zal moeten blijken hoe deze wijziging in de praktijk uitpakt voor zowel werkgevers als werknemers.